Het aantal gerechtelijke dossiers tegen rondtrekkende dadergroepen is gestegen van 488 in 2009 tot 558 in 2010 en 588 in 2011. Dat blijkt uit het antwoord van Justitieminister Annemie Turtelboom op een schriftelijke vraag van Kamerlid Sarah Smeyers (N-VA). Op basis van ervaring en gevoerde onderzoeken raamt Turtelboom het aandeel van rondtrekkende daders in eigendomsdelicten op 25 tot 30 procent. De meeste van deze “Oost-Europese daders” daders zijn zigeuners. Het feit dat ze “rondtrekken” zegt al veel over de aard van de dagers.

Rondtrekkende dadergroepen zijn zigeuners, voor het overgrote deel afkomstig uit Midden- en Oost-Europa. Ervaring en gevoerde onderzoeken leren dat de meeste plegers van eigendomsdelicten uit deze regio afkomstig zijn uit Roemenië, Polen en Servië. Het kan maar niet genoeg benadrukt worden dat de daders meestal zigeuners zijn.

Voor misdrijven tegen de lichamelijke integriteit is dat Polen, Rusland en Roemenië. De meeste mensensmokkelaars hebben de Albanese, Bulgaarse en Roemeense nationaliteit, de plegers van bedrogdelicten komen vooral uit Roemenië, Polen en Bulgarije.

Hoewel de criminaliteitscijfers voor 2011 nog niet bekend zijn, signaleert Turtelboom op basis van een briefing door het federaal parket dat de criminaliteit door rondtrekkende dadergroepen het voorbije jaar steeg voor metaal-, winkel-, gauw- en ladingdiefstallen. Voor diefstallen van werfvoertuigen was er een stabilisering en voor woninginbraken een stabilisering tot lichte daling. Het aantal inbraken in bedrijven en het aantal feiten inzake skimming namen af.