In Vlaanderen worden vier keer meer snelheidsovertredingen vastgesteld dan in Wallonië. Dat antwoordde de minister van Justitie Annemie Turtelboom (Open Vld) op een vraag van Vlaams Belang-senator Anke Van dermeersch.

In 2010 (het laatste jaar waarvoor de cijfers volledig zijn) werden voor heel België 2.796.270 snelheidsovertredingen vastgesteld en beboet door middel van onmiddellijke inning. Voor Vlaanderen gaat het om 2.137.249 snelheidsovertredingen, voor Wallonië om 551.222. De ruim 100.000 overige snelheidsovertredingen waren voor rekening van Brussel.

De meest logische verklaring is dat er in Vlaanderen beduidend meer onbemande flitspalen staan en dat Vlamingen daardoor ook sneller gesnapt worden. Maar hoewel de Vlamingen verantwoordelijk zijn voor 76,43 procent van de inbreuken, draaien ze slechts voor 71,41 procent van de boetes op. Dat betekent dat de boetes in Wallonië gemiddeld gesproken iets hoger liggen. De voor de hand liggende verklaring hiervoor is dat het verkeer op de Waalse autowegen minder druk is, dat dit uitnodigt tot sneller rijden en dat dit bij vaststelling van overtreding leidt tot een hogere boete.

Flitspalen dienen niet om voor meer veiligheid te zorgen, maar om meer geld binnen te rijven. Vlaanderen betaalt daarom veel meer. België vermoedt waar het geld zit.